Nieuws
Als een bos dat samen ademt
Afgelopen zaterdag, 18 april, kwamen we samen met de leden van de BBGN op een plek waar natuur en mens elkaar moeiteloos ontmoeten, het Gimborn te Doorn. De lucht hield zich die ochtend nog een beetje op de vlakte. De zon liet zich niet direct zien, ergens hing misschien nog een bui, en toch kwamen we uit alle windrichtingen naar Doorn, alsof iets in ons wist dat het tijd was om samen te komen, zoals zaden weten wanneer de aarde warm genoeg is om open te breken.
We verzamelden ons in een overdekte boshut, een plek die warmte uitstraalde en aandacht droeg. Op tafel stonden kannen kruidenthee, water waarin kruiden hun zachte smaken afgaven, en vondsten uit het bos die de ruimte sierden als stille getuigen. Takken, bladeren, vruchten, vormen uit het seizoen. Alsof het bos zichzelf alvast naar binnen had uitgenodigd, nog voordat wij naar buiten gingen.
De eerste woorden werden gesproken over het ontstaan van deze plek, over de mensen die de vereniging dragen, over hen die al langer meelopen en hen die pas net zijn aangesloten. Oude wortels en jonge scheuten, samen onderdeel van hetzelfde levende geheel. Maar eigenlijk waren we toen allang begonnen. De sfeer was er al. In de blikken, in de begroetingen, in gesprekken die vanzelf op gang kwamen en als kleine beekjes hun eigen bedding vonden.
Samen liepen we naar een open plek waar de zon zich inmiddels voorzichtig liet zien. Daar werden we uitgenodigd om te vertragen. Een bosbadmeditatie bracht rust in het lijf en ruimte in het hoofd. De tijd leek zich uit te rekken. Schouders zakten, adem werd dieper, voeten vonden weer de aarde.
Ik zag mensen landen, zoals bladeren die na een windvlaag langzaam neerdalen en uiteindelijk stil worden op de bosgrond. Precies op dat moment brak ook het licht door, warm en zacht, alsof de ochtend zelf bevestigde dat alles op zijn plek viel.
Na deze gezamenlijke verstilling splitste de groep zich op natuurlijke wijze in twee stromen, zoals een pad zich soms vanzelf vertakt.
Bij de theeworkshop ontmoetten we de kruiden van dit seizoen. Bescheiden planten, soms nauwelijks opgemerkt door wie haast heeft, maar al dan niet rijk aan geur, smaak en werking voor wie vertraagt. We proefden, onderzochten en speelden met combinaties. Welke kruiden verwarmen, welke verkoelen, welke brengen diepte, welke lichtheid? Er werd gedeeld, gevraagd en geluisterd. Kennis stroomde rond als sap dat in de lente weer opstijgt.
Aan de andere kant kreeg iets anders vorm. Daar, bij de workshop rond de dromenvanger, richtten we ons op dat wat nog niet zichtbaar is.
Wat zijn jouw dromen, als bosbadgids? Welke wensen leven er voor de Branchevereniging? Welke richting vraagt om geleefd te worden?
Een grote dromenvanger werd gevuld met de dromen van iedereen die aanwezig was. Blaadjes wiegden zacht in de lucht, als jong blad aan een boom in april. Kwetsbaar en krachtig tegelijk. Alsof iedere droom zich al voorzichtig losmaakte en haar weg vond naar een groter geheel.
Mogen al deze dromen hun bedding vinden.
Daarna kwamen we weer samen rond een lange tafel die rijk gevuld was. De potluck voelde als een gezamenlijke oogst. Ieder bracht iets mee en samen werd het overvloed. Brood, smeersels, hapjes, drankjes, smaken die elkaar ontmoetten zoals ook wij elkaar ontmoetten. Je wilt overal iets van proeven en voor je het weet ben je gevuld, niet alleen met eten, maar ook met verbondenheid.
Hierna volgde de ALV. Wat op papier misschien een formeel moment is, kreeg hier een heel andere vorm. Het werd een kring waarin gesproken én geluisterd werd. Er was ruimte voor vragen, voor antwoorden, voor ideeën en voor wat nog zoekend was. Geen droge vergadering, maar een levend gesprek waarin ieder iets bijdroeg aan het geheel. Zoals onder de grond het mycelium bomen met elkaar verbindt en voedt, zo werd ook hier voelbaar hoe een netwerk leeft wanneer mensen werkelijk met elkaar in verbinding staan.
Zo zou samenkomen altijd mogen zijn. Als een levende tribe.
Na deze meeting ontstond, zonder strak plan en zonder voorbereiding, nog een gezamenlijk bosbad. Iedereen nam als vanzelf iets op zich, zoals vogels samen een lied vormen zonder dirigent. Het werd een gedragen ervaring waarin stilte en verbinding elkaar afwisselden. Mensen daalden dieper in zichzelf, werden stiller, zachter, meer aanwezig.
De bomen stonden er zoals bomen dat doen. Stevig, rustig, zonder iets te vragen en zonder iets te hoeven bewijzen. Langzaam naderde het einde van de dag. Niet abrupt, maar zoals licht in het bos verandert wanneer de middag naar avond beweegt. Al pratend, delend en nog even vasthoudend wat er samen was ontstaan, liepen we terug naar de boshut. Daar wachtte nog een laatste kop thee, een laatste hapje, een laatste blik.
Sommige dagen verdwijnen snel weer in de tijd. Deze dag niet.
Deze dag bleef hangen, als de geur van bos in je kleding, als aarde aan je schoenen, als iets dat nog een tijdje met je meeloopt.
Met dank aan alle leden, het bestuur, het staande volk, de vrijwilligers van Gimborn en de weergoden, die ons precies gaven wat we nodig hadden. Een stralende dag.
Warme Wildergroet, Will